CMS begrippenlijst

 

Accessibility Accessibility of toegankelijkheid staat voor de mate waarin een website te gebruiken is door bezoekers met een of meerdere handicaps. De toegankelijkheid van een website kan worden verbeterd door bij de bouw aandacht te besteden aan zaken die voor gehandicapten van belang zijn, zoals bijvoorbeeld het invullen van alt-teksten. Het World Wide Web Consortium (W3C) heeft internationale richtlijnen opgesteld ter verbetering van de toegankelijkheid van websites. In Nederland is het Landelijk Bureau Toegankelijkheid met de website Drempels Weg actief om webbouwers, bedrijven en organisaties bewust te maken van drempels die zij vaak onbewust opwerpen. Zie http://www.drempelsweg.nl.
Administrator De administrator van een applicatie of systeem heeft de hoogste privileges. Hij heeft toegang tot alle onderdelen van een systeem en bepaalt welke rechten aan andere personen worden uitgereikt.
Aggregatie Het op één plaats verzamelen van content van meerdere bronnen.
AJAX AJAX staat voor Asynchronous Javascript And XML. AJAX is de combinatie van een aantal webtechnieken (JavaScript, DHTML en XML) waarbij een webpagina wordt voorzien van dynamische inhoud zonder dat deze hoeft te worden ververst. Bij het aanklikken van weblinks of formulieren worden bij AJAX alleen nog maar wijzigingen van de pagina met de server uitgewisseld. Dit in tegenstelling tot traditionele ontsluiting in alleen HTML. Zie ook HTML 5
API API is de afkorting voor Application Program Interface. Een API bestaat uit een reeks routines, protocollen en tools die een programmeur nodig heeft om een softwareapplicatie te schrijven. Een goede API maakt het de programmeur makkelijk door alle bouwstenen voor een applicatie aan te reiken. De meeste operating systems, zoals MsWindows, bieden een API aan die programmeurs kunnen gebruiken om applicaties te schrijven die voldoen aan de eisen die het operating system stelt. Gebruikers profiteren ervan wanneer programmeurs gebruikmaken van een API, omdat de interface van programma’s die met behulp van dezelfde API zijn gebouwd sterk met elkaar overeenkomen.
ASP Active Server Pages ofwel ASP is de naam van de webapplicatie ontwikkelomgeving van Microsoft. ASP maakt onderdeel uit van de Microsoft Internet Information Server (IIS) en is tegenwoordig ingebed in .NET onder de naam ASP.NET.
ASP model Zie SaaS.
Authenticatie Er is sprake van authenticatie wanneer wordt gecontroleerd of een gebruiker die zich aanmeldt bij een systeem ook werkelijk degene is die hij zegt te zijn. Authenticatie gaat vaak samen met autorisatie bij het controleren van toegang tot systemen. Er zijn verschillende methoden van authenticatie. De meest gebruikte is de gebruikersnaam/wachtwoord combinatie. Een veiligere manier om vast te stellen of de juiste persoon toegang krijgt tot een systeem is bijvoorbeeld het gebruik van een digitaal certificaat of digitale handtekening. Traditionele authenticatiemethoden zijn gebaseerd op drie kenmerken: wat je weet, wat je hebt en wat je bent. Naast gebruikersnaam en wachtwoord wordt gebruikgemaakt van pinpasnummers, smart cards, vingerafdruk- en irisscantechnologie. Het beheer van processen die te maken hebben met authenticatie en autorisatie noemt men identity management.
Authoring Content productie, het toevoegen van nieuwe content aan het cms.
Caching Het opslaan op de webserver van vaak geraadpleegde pagina's. Hierdoor verschijnen pagina’s sneller op het moment dat gebruikers deze opvragen.
Check In Check Out Het in- en uitchecken van content gebeurt om te voorkomen dat content gelijktijdig door verschillende personen kan worden bewerkt. Door content uit te checken wordt er een lock op het bestand geplaatst, waardoor iemand anders daarin geen wijzigingen kan aanbrengen. Een goed locking mechanisme kan gebruikers informatie bieden over wie de content in gebruik heeft en middelen aanreiken om de huidige gebruiker te vragen de content vrij te geven.
Classificatie Classificatie is het sorteren van zaken in vooraf gedefinieerde categorieën. Een voorbeeld van een systeem waar classificatie wordt toegepast is een supermarkt waar de producten op productsoort, producttype en merknaam staan uitgestald in vakken. Het doel van classificatie is om een vereenvoudigde structuur aan te brengen in de relatie tussen objecten ten opzichte van elkaar en ten opzichte van soortgelijke objecten. De vereenvoudigde structuur kan vervolgens worden gebruikt om business rules op te stellen.
CMIS De Content Management Interoperabiliteit Standaard die ontwikkeld is door een samenwerking van Microsoft, ECM en IBM. Met deze standaard wordt een betere samenwerking (interoperabiliteit) tussen verschillende content management systemen gegarandeerd. Zo zijn er taal- en platform-onafhankelijke definities opgesteld om verschillende databases van content management systemen te kunnen openen en gegevens te kunnen uitwisselen.
COM Component Object Model (COM en COM+), Softwarearchitectuur die het mogelijk maakt om applicaties op basis van binaire softwarecomponenten te bouwen.
Content Content (ofwel inhoud) heeft betrekking op alle objecten die een bezoeker van een website kan tegenkomen: tekst, (bewegend) beeld of geluid. Bij het gebruik van een cms wordt vaak onderscheid gemaakt tussen statische en dynamische content.
Content repository Een content repository heeft betrekking op de manier waarop content wordt opgeslagen. Dit kan in XML of in een database zijn.
CPU Central Processing Unit. De processor van de pc of server. De CPU bepaalt de rekenkracht van een computer en wordt daarom vaak gebruikt als maat bij het vaststellen van licenties voor content management systemen.
CSS Cascading Style Sheets. Style sheets beschrijven hoe een document wordt getoond. Door het gebruik van style sheets kan de presentatie van een document worden gewijzigd zonder dat de code van het document hoeft te worden aangepast.
CSV Comma Separated Value. Tekstbestand (ASCII) waarin elke regel een record vertegenwoordigt, van elkaar gescheiden door een komma. CSV-bestanden worden vaak gebruikt voor de output van webformulieren, omdat deze eenvoudig in een spreadsheet-programma als MsExcel kunnen worden geopend en bewerkt.
Customer engagement Customer engagement staat voor de wijze waarop de betrokkenheid van gebruikers of klanten kan worden beïnvloed door een content management systeem. Bij customer engagement gaat het om het vergroten van rendement door het bieden van relevante content en functies aan klanten.
DHTML Dynamic HTML. DHTML wordt gebruikt om de combinatie van HTML, style sheets en scripts aan te duiden waarmee onderdelen van webpagina’s bewegelijk worden gemaakt.
DTD Document Type Definition. In een DTD wordt de definitie van een XML-document vastgelegd.
Editor De editor is de Engelse benaming voor de gebruikersinterface (GUI of Graphic User Interface) die redacteuren in staat stelt om content (en de structuur waarin de content wordt gepresenteerd) aan te passen. De meest gangbare cms’en hebben als interface zogenoemde webformulieren. Webformulieren hebben echter zo hun beperkingen en er zijn derhalve ook andere editors die WYSIWYG (What You See Is What You Get) functionaliteit bieden. In sommige cms’en kan MsWord worden gebruikt als editor.
Flat files Statische bestanden op een server. Anders dan bij een dynamisch gegenereerde site wordt geen informatie uit een database opgevraagd.
FTP File Transfer Protocol. Protocol voor bestandsoverdracht via internet.
Granulariteit Begrip waarmee de mate van detaillering van componenten wordt aangeduid. Bij een te geringe granulariteit, is er sprake van onvoldoende differentiatie tussen de diverse componenten.
GUI Graphical User Interface. Grafische gebruikersinterface, het scherm waarmee de gebruiker werkt.
HTML Hyper Text Markup Language. Protocol voor de weergave van documenten op het WWW.
HTML5 De nog niet afgeronde HTML standaard waarin zowel HTML als XHTML is opgenomen. HTML5 verbetert de presentatie en het gebruik van applicaties en video op webpagina’s.
JavaScript JavaScript (ECMA Script 262) is een client-side, objectgeoriënteerde scriptingtaal. JavaScript wordt voornamelijk gebruikt om objecten in een webpagina te manipuleren.
JDBC Java Database Connectivity. Door Sun ontwikkelde interface voor koppeling tussen Java-applicaties en database management systemen.
LDAP Lightweight Directory Access Protocol. Protocol voor toegang tot een database met bijvoorbeeld adresgegevens.
Load Balancing Het verdelen van de belasting van één server over twee of meer servers.
Metadata Metadata zijn gegevens die zijn toegevoegd aan een contentcomponent. Metadata geven extra informatie over content. Dit kan een samenvatting zijn of trefwoorden die gebruikt worden door zoekmachines, copyrightinformatie of informatie over de vervaldatum van de content, enzovoort.
MIME-type Multipurpose Internet Mail Extensions. Formaat voor e-mailberichten.
NewsML News Markup Language. Speciaal voor de nieuwsindustrie ontwikkelde vorm van XML. Zie ook NITF.
NITF News Industry Text Format. Speciaal voor de nieuwsindustrie ontwikkelde vorm van XML.
ODBC Open DataBase Connectivity. Een interface waarmee het mogelijk is om diverse databasesystemen met een gemeenschappelijke taal te benaderen.
ODMA Open Document Management API. Standaard interface voor het beheren van documenten. Gebruikers kunnen met ODMA documenten beveiligd opslaan, terughalen en delen.
Open source De term ‘open source’ wordt gebruikt voor software die kosteloos beschikbaar en te gebruiken is onder voorwaarden die garanderen dat het recht op vrij lezen, distribueren, wijzigen en gebruiken van de software blijft gehandhaafd. De ontwikkeling van open source software is afhankelijk van een kritische massa aan gebruikers. In de markt van cms’en bestaan diverse open source-oplossingen. Deze zijn met name ontstaan uit onvrede over de ondersteuning en versiecompatibiliteit van andere oplossingen.
Personalisatie Het begrip personalisatie wordt gebruikt wanneer er sprake is van op de specifieke bezoeker toegesneden content. Er bestaan verschillende vormen van personalisatie:
  1) Op basis van een profiel.
Op basis van het bezoekgedrag en de voorkeuren van een groep bezoekers worden profielen samengesteld. Bezoekers die aan zo’n profiel beantwoorden, krijgen vervolgens de bij dat profiel behorende content voorgeschoteld.
2) Op basis van voorkeuren.
Aan de hand van door de bezoeker expliciet opgegeven voorkeuren wordt bepaalde content getoond.
3) Op basis van gedrag. Aan de hand van individueel bezoekgedrag wordt het content-aanbod afgestemd op de interesses van de bezoeker. Personalisatie is lange tijd gezien als de heilige graal voor de marketeer, omdat immers de producten en diensten exact zouden kunnen worden afgestemd op de behoefte van de consument. De ervaring heeft echter geleerd dat de kosten en moeite die gepaard gaan met het fijnafstemmen van het aanbod op de vraag niet altijd in verhouding staan tot de opbrengsten. Cms-leveranciers leveren in de regel slechts beperkte functionaliteit op het gebied van personalisatie en laten dit aspect verder over aan meer gespecialiseerde bedrijven.
PHP Open source scriptingtaal. PHP is een populaire programmeertaal, omdat hiermee snel aansprekende resultaten kunnen worden geboekt. Veel websites en content management systemen zijn volledig in PHP gerealiseerd. Zie ook ASP.
Productieserver Ook wel de live server genoemd. Op de productieserver draait de website die bezoekers uiteindelijk te zien krijgen. Ontwikkel-, test-, acceptatie- en staging servers zijn juist zodanig afgeschermd dat bezoekers er geen toegang toe hebben.
RCS Revision Control System. Software voor versiebeheer. Bij het publiceren van gewijzigde versies van een bestand worden alleen de wijzigingen opgeslagen en niet de gehele pagina, waardoor weinig schijfruimte gebruikt wordt.
Responsive Design Responsive design staat voor een methodiek waarbij de ontwerp, indeling en samenstelling van een webpagina afhankelijk zijn van het device waarmee een pagina wordt opgevraagd.
Rollback Het terugdraaien van een aangebrachte wijziging op de site door het opnieuw publiceren van een oude versie van een document. Het principe kan ook worden toegepast bij wijzigingen in de vormgeving, templates en applicaties.
RSS RSS (Rich Site Summary of Really Simple Syndication) is een door Netscape ontwikkelde methode om met XML als basis nieuws van verschillende bronnen tussen websites uit te wisselen. Zie ook Syndicatie.
RTF Rich Text Format. Microsoft formaat voor tekstopmaakcodes, deels vergelijkbaar met HTML.
SaaS Software-As-A-Service, voorheen ASP (Application Service Provider). Het model waarbij software/functionaliteiten op afstand worden aangeboden via internet. Bedrijven besteden hosting, onderhoud, beheer en beveiliging van de software uit aan de ASP. Google Custom Search is een voorbeeld van een SaaS-dienst.
Schaalbaarheid Scalability of schaalbaarheid duidt op het vermogen van een softwareproduct om mee te groeien wanneer het gebruik en/of het aantal gebruikers van het product groeit. Een product is schaalbaar wanneer zonder aanpassingen aan de software 100 of 1.000 gebruikers kunnen worden bediend in plaats van 10.
Scheduling Scheduling duidt op de mogelijkheid om een publiceer- en vervaldatum aan een publicatie mee te geven. Dit is erg handig omdat het de mogelijkheid biedt om de site actueel te houden zonder dat je daarvoor op datum/tijdstip van publicatie aanwezig hoeft te zijn. Je kunt daardoor vooruit werken aan publicaties, terwijl publicaties waarvan de uiterste houdbaarheidsdatum is verstreken automatisch van de site verdwijnen.
SGML Standard Generalized Markup Language. SGML is een internationaal geaccepteerde standaard die wordt gebruikt voor grote (vaak technische) documentatieprojecten.
Sitemap Een sitemap is een vereenvoudigde (vaak) visuele weergave van de site. Een sitemap biedt de mogelijkheid om in één oogopslag de structuur van een site te doorgronden en door te klikken naar onderdelen van de site. Sommige cms’en bieden de mogelijkheid om automatisch een sitemap samen te stellen.
SMIL Synchronized Multimedia Integration Language. Spreek uit als ‘smile’. HTML-achtige programmeertaal, gebruikt voor het creëren van interactieve, audiovisuele presentaties.
SOAP Simple Object Access Protocol. Netwerkprotocol van Microsoft dat het mogelijk maakt dat softwareobjecten die in verschillende talen zijn ontworpen of op verschillende besturingssystemen draaien met elkaar communiceren.
SQL Structured Query Language. Taal waarmee toegang tot data in databases wordt verkregen.
SSL Secure Sockets Layer. Door Netscape ontwikkeld protocol voor het verzenden van vertrouwelijke informatie via internet.
Staging server In een afgeschermde omgeving geplaatste server waarop content voor publicatie wordt geplaatst om inhoud en uiterlijk te testen en eventueel te wijzigen.
Statisch publiceren Voordat er cms’en bestonden, was het alleen mogelijk om middels ftp of telnet bestanden op een webserver te plaatsen. Alle pagina’s die door bezoekers werden opgevraagd, stonden reeds kant en klaar op de server. Met de komst van cms’en werd het mogelijk om (delen van de content) ook dynamisch te publiceren op het moment dat de bezoeker daarom vroeg. Alle content dynamisch publiceren is echter een methode die veel performance van de systemen vraagt. Het gebeurt om deze reden nog veelvuldig dat een website via een cms dynamisch wordt gegenereerd, maar vervolgens wordt gekopieerd naar een statische omgeving. De mogelijkheden om personalisatie toe te passen zijn bij deze manier van publiceren beperkt.
Syndicatie Het verspreiden van dezelfde content over meerdere websites. Outbound syndicatie is syndicatie naar publieke websites. Inbound syndicatie is syndicatie naar een intranet of extranet.
Tag Een tag is een algemene term voor een code die wordt gebruikt om tekstelementen op eenduidige wijze te voorzien van extra informatie die kan worden gebruikt voor automatische verwerking van die tekstelementen.
Template Een template is een normaal HTML-bestand waarin markeringen zijn opgenomen om de plaats aan te geven waar informatie (via een cms of via een geautomatiseerd proces) moet worden vervangen.
Versiebeheer De term versiebeheer (versioning) wordt gebruikt voor een mechanisme dat ervoor zorgt dat in een systeem wordt bijgehouden welke wijzigingen er plaats hebben in de content en/of in de programmeercode. Een goed versiebeheersysteem biedt de mogelijkheid om terug te gaan naar eerdere versies (rollback). Versiebeheer maakt het ook mogelijk om gebruik te maken van scheduling, waarbij een document meerdere versies kan hebben met een verschillende status (bijvoorbeeld de status ‘gepubliceerd’ of de status ‘concept’). Ook als er sprake is van personalisatie kunnen er meerdere versies van een origineel bestaan.
Workflow Workflow heeft betrekking op de content life cycle creatie, publicatie en archivering. In een typische cms workflow worden de rollen en rechten van deelnemers aan het publicatieproces (redacteuren, eindredacteuren, vormgevers, programmeurs) vastgelegd. In de workflow is vastgelegd wie wat in welk stadium mag doen. Vaak wordt via e-mail een notificatie gestuurd wanneer een document een stap verder in de workflow is gebracht (of een stap terug). Het instellen van workflow zorgt ervoor dat verantwoordelijkheden bij de juiste personen worden gelegd en publicatie volgens een georganiseerd proces plaatsvindt.
WYSIWYG What You See Is What You Get. Weergave van gegevens op een dusdanige wijze dat het een natuurgetrouwe weergave betreft van de uiteindelijke (online) publicatie.
XML eXtensible Markup Language. XML is een vereenvoudigde versie van de veel oudere opmaaktaal SGML. XML beschrijft documenten die gestructureerde informatie bevatten.
XSL Extensible Stylesheet Language. Style sheet scriptingtaal voor opmaak binnen XML.